Certified Accountant & Belastingsconsulent


Tel: 09/223.60.30

 

Adres​​​​​​: DRAPSTRAAT 123 A BUS B

9810 NAZARETH

België

Contacteer ons
Sociale Media

© By Fiduciaire S. Vergeylen  & Partners

Webdesign by Phaedra Vergeylen

Please reload

Recente berichten

Onbelast bijverdienen : Ontwerp relancewet

February 2, 2018

1/10
Please reload

Uitgelichte berichten

VOORDELEN ALLE AARD ; forfaitaire waardering in functie van KI.

February 15, 2017

Na het hof van beroep te Gent, komt nu ook het hof van beroep te Antwerpen tot het besluit dat de waarderingsregels inzake het belastbaar voordeel van alle aard i.v.m. de gratis ter­beschikkingstelling van gebouwen discriminerend zijn, in de mate dat het voordeel op een hoger bedrag moet worden gewaardeerd als het een 'rechtspersoon' is die het gebouw ter beschikking stelt (Antwerpen 24 januari 2017).

 

Wat 'gebouwen' betreft, schrijven de waarderingsregels voor dat het voordeel wordt vastgesteld op 100/60 van het (geïndexeerd) kadastraal inkomen van het (gedeelte van het) onroerend goed dat ter beschikking wordt gesteld. Gebeurt de terbeschikkingstelling door een 'rechtsper­soon', dan moet dit principieel belastbaar voordeel worden verhoogd door het te vermenigvuldigen met een bepaalde factor. De hoogte van deze factor hangt af van het (niet-geïndexeerde) KI van het ter beschikking gestelde gebouw (of het gedeelte daarvan).

 

•             bedraagt dit KI maximaal 745 EUR, dan bedraagt de vermenigvuldigingsfactor 1,25;

 

•             bedraagt het KI meer dan 745 EUR, dan stijgt de vermenigvuldigingsfactor naar 3,8.

 

Een en ander betekent dat het belastbaar voordeel van alle aard uit de kosteloze terbeschikkingstelling van gebouwen 'hoger' wordt gewaardeerd als het een rechtspersoon is die het onroerend goed ter beschikking stelt : het belastbaar voordeel, zoals dat van toepassing zou zijn bij terbeschikkingstelling door een natuurlijk persoon, moet dan immers worden vermenigvuldigd met 1,25 of 3,8.

Reeds eerder werd de vraag gesteld of deze hogere waardering (en dus hogere belasting) wel verenigbaar is met het gelijkheidsbeginsel.

In een arrest van 24 mei 2016 heeft het hof van beroep te Gent deze vraag negatief beantwoord. Het hof kwam tot de conclusie dat het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel geschonden is, aangezien de Administratie geen 'redelijke en objectieve verantwoording' voor de onderscheiden waardering kon voorleggen. Met als gevolg dat het hof de aanslag vernietigde in de mate dat daarin toepassing was gemaakt van de waarderingsregel zoals van toepassing bij terbeschikkingstelling door een 'rechtspersoon'.

 

Hof te Antwerpen (24 januari 2017)

 

Aanleiding voor het nieuwe arrest was een bedrijfsleider die van zijn BVBA een gebouw gratis ter beschikking had gekregen voor zijn privé­gebruik. In zijn aangifte in de personenbelasting had hij het voordeel van alle aard gewaardeerd conform de waarderingsregel voor gebouwen ter beschikking gesteld door 'rechtspersonen', Nadien beklaagt hij zich daar over en beweert hij gediscrimineerd te worden in vergelijking met belastingplichtigen die een gebouw voor privé­gebruik ter beschikking krijgen van een 'natuurlijk persoon'.

Bij de Administratie en de rechtbank te Antwerpen vangt de bedrijfsleider bot. Maar bij het hof te Antwerpen heeft hij meer succes. Dat hof bevestigt vooreerst dat het feit dat de bedrijfsleider eerst zelf "gewoon het voordeel gewaardeerd heeft zoals voorgeschreven door de bestaande fiscale wetgeving" geen beletsel is om deze waardering nadien aan te vechten, in de mate dat hij "een dwaling in feite of in rechte kan aantonen". En in casu aanvaardt het hof dat er sprake is van een dergelijke 'dwaling in rechte', aangezien de afwijkende waarderingsregel ongrondwettelijk is.

De redenering van de Administratie is "op geen enkele wijze af te leiden uit de aard van het gemaakte onderscheid" en evenmin uit "de context van het KB/WIB 1992", de KB's die het onderscheid destijds hebben ingevoerd, een voorbereidend document of (het administratief dossier).  Zo merkt het hof op dat in de waarderingsregel nergens sprake is van "kaderleden of bedrijfsleiders"; en dat in deze regel evenmin enig aanknopingspunt te vinden is voor "de bedoeling" een onderscheid te maken "tussen kaderleden en bedrijfsleiders aan de ene kant en gewone werknemers aan de andere kant".

Geen enkele "aanvullende rechtvaardiging" van de Administratie kan volgens het hof in aanmerking genomen worden, nu er geen gegevens zijn die dergelijke verantwoording kunnen dragen".

 

CONCLUSIE: Zowel volgens het hof te Gent als het hof te Antwerpen is de hogere waardering voor het geval het gebouw ter beschikking wordt gesteld door een 'rechtspersoon' strijdig met het grondwettelijk gewaarborgd gelijkheidsbeginsel, en mag deze hogere waardering dus niet worden toegepast.

 

 

 

 

 

Please reload

Volg ons
Please reload

Zoeken op tags