Zoeken
  • Serge Vergeylen

Belasting van de in het buitenland gelegen onroerende goederen

Vanaf het aanslagjaar 2022 worden onroerende goederen die in het buitenland zijn gelegen, belast op basis van het kadastraal inkomen, zoals dat ook het geval is voor in België gelegen onroerende goederen. Door het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 te wijzigen, brengt de wet van 17 februari 2021 België in overeenstemming met het Europese beginsel van het vrije verkeer van kapitaal.

Aangifteplicht

Om het kadastraal inkomen van in het buitenland gelegen onroerende goederen te laten vaststellen, moeten de belastingplichtigen de belastingadministratie alle nodige gegevens verstrekken.

Belgische inwoners moeten uiterlijk op 31 december 2021 spontaan aangifte doen van elk zakelijk recht dat zij op 31 december 2020 hebben op een in het buitenland gelegen onroerend goed.

In de toekomst moeten Belgische inwoners die een zakelijk recht op een onroerend goed in het buitenland verwerven of vervreemden, daarvan aangifte doen binnen 4 maanden na de verwerving of vervreemding.

Voor onroerende goederen die na 31 december 2020 en vóór 25 februari 2021 (datum van bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad) in het buitenland zijn verworven, wordt de termijn van 4 maanden verlengd tot 30 juni 2021.

Een administratieve boete voor niet-naleving van de aangifteplicht is vastgesteld op 250 tot 3.000 euro.

Vaststelling van het kadastraal inkomen van onroerende goederen in het buitenland

De administratie zal in het buitenland gelegen onroerende goederen op dezelfde wijze belasten als Belgische onroerende goederen. Bijgevolg voorziet het Wetboek van de inkomstenbelastingen in de vaststelling van een kadastraal inkomen voor in het buitenland gelegen onroerende goederen op basis van de door de belastingplichtige verstrekte informatie.

Het kadastraal inkomen van gebouwde onroerende goederen wordt bepaald aan de hand van de huidige verkoopwaarde door een tarief van 5,3% toe te passen , die wordt herleid tot de verkoopwaarde van de referentieperiode (1975) door middel van een correctiefactor vastgesteld bij Koninklijk Besluit (15,036 voor het jaar 2020).


Het kadastraal inkomen van ongebouwde onroerende goederen die gelegen zijn in het buitenland wordt vastgesteld op basis van de schaal van 2 euro per hectare.

Veroordeeld door het Europees Hof van Justitie

Deze wijzigingen van het WIB 1992 komen tegemoet aan een veroordeling van België, in april 2018, door het Europees Hof van Justitie, dat oordeelde dat er een verschil was in de fiscale behandeling van woningen op Belgisch grondgebied in vergelijking met woningen in het buitenland. Dit verschil in behandeling is in strijd met het vrije verkeer van kapitaal.

Progressievoorbehoud

Ter herinnering: als Belgisch fiscaal inwoner wordt de belastingplichtige belast op zijn wereldwijde inkomsten, met inbegrip van inkomsten uit onroerende goederen in het buitenland. Indien er echter een dubbelbelastingverdrag bestaat tussen België en het land waar het onroerend goed is gelegen, zijn deze buitenlandse inkomsten vrijgesteld in België, maar worden zij in aanmerking genomen voor het bepalen van de tarieven die van toepassing zijn op andere belastbare inkomsten. Dit is het zogenaamde progressievoorbehoud.

De wet treedt op 1 januari 2021 in werking voor wat de aangifteverplichtingen betreft.

De vaststelling van het nieuwe kadastraal inkomen voor onroerende goederen in het buitenland is van toepassing voor aanslagjaar 2022.